Feeds:
Berichten
Reacties

We hebben het nu al een aantal keer gehad over neurotransmitters, stofjes die ervoor zorgen dat je je weer even een gelukkiger mens voelt. Neurotransmitters kunnen in het lichaam opgenomen worden door middel van bijvoorbeeld antidepressiva, zonlicht, of bewegen. Stuk voor stuk dus ‘gelukzalige’ dingen. Naast deze drie dingen is er nog een heel belangrijk element in het menselijk leven waar neurotransmitters in zitten, waar vooral veel vrouwen heel erg blij mee zullen zijn; eten!

 

Een voorbeeld van ‘moodfood’ is eten waar aminozuren in zitten. Aminozuren stimuleren het lichaam om het gelukshormoon aan te maken. Je wordt dus weer even blij. Aminozuren  zijn daarnaast de bouwstenen voor onze eiwitten, die weer goed zijn voor onze spieren en ons voorzien van energie. De zuren komen vooral voor in eiwitrijk voedsel, zoals:

 

Een andere voedselgerelateerde antidepressiva is tryptofaan. Tryptofaan is onder andere belangrijk bij het aanmaken van serotonine, een stof die er in onze hersenen voor zorgt dat we een geluksimpuls krijgen. Tryptofaan is terug te vinden in eieren, noten, melk, erwten, aardappelen, kaas en uien.

 

Naast deze twee heeft ook de voedingsstof fenylalanine de eigenschap mensen gelukkiger te maken.  De stof zorgt er voor dat we scherper worden, het heeft een positief effect op de hersenen en werkt ten slotte ook nog eens eetlustremmend. Fenylalanine is ook terug te vinden in eiwitrijk voedsel, zoals: kip, vis, kaas, hazelnoten, rijst en kippeneieren.

 

Ondanks dat ons lichaam deze stoffen nodig heeft benadrukt Anita van den Brug, voedingsdeskundige, het belang van een dieet met veel variatie. ‘Denk aan de schijf van vijf, twee ons groenten, en twee keer fruit op een dag. Daarnaast is het een tip om iedere avond een andere kleur groenten te serveren, voor de afwisseling van het voedingspatroon.’ Van den Brug onderschrijft het belang van de hierboven genoemde voedingsstoffen, maar vertelt ook dat het daar niet bij eindigt of begint. ‘Wanneer je slank en gezond bent, zit je natuurlijk al een stuk beter in je vel, ben je gelukkiger. Als eerst nou eens de vetzucht aangepakt zou worden, zouden er al heel veel mensen een stuk blijer zijn!’

Therapeuten worden vandaag de dag al snel gelinkt met medicijnen en praten. Vaak wordt inderdaad ook nog via deze wijze gewerkt, terwijl er genoeg andere manieren zijn. Zo is bijvoorbeeld bewezen dat sporten een goede invloed heeft op de geestelijke gesteldheid, en heeft ‘runningtherapie’ een aantal jaren geleden zijn opmars gemaakt. Toch blijven volgens Henriette van der Meijden, bewegingspsycholoog, veel therapeuten liever in hun stoel zitten.

‘Runningtherapie en bewegingstherapie zijn speciaal toebedeeld aan deskundigen waarvan de specialisatie bij psychomotorische therapie ligt. Dit zijn er erg weinig, waardoor het nog niet echt van de grond lijkt te komen’, vertelt van der Meijden aan de Volkskrant. ‘De invloed van bewegen op de psyche vinden ze reuze interessant, maar wanneer er gevraagd wordt of ze zich er in willen verdiepen bedanken ze daar vriendelijk voor. Terwijl het wel echt effectief kan zijn.’

Maar hoe kan het dat bewegen zo goed is voor de geest? Wat gebeurt er in ons lichaam, waar we zo vrolijk van worden? In principe is hardlopen te vergelijken met het innemen van antidepressiva. Tijdens het lopen komen neurotransmitters vrij  (serotonine en endorfine) die er voor zorgen dat je een gelukszalig gevoel krijgt en weer bereid bent om initiatieven te nemen. Deze neurotransmitters zitten ook in antidepressiva. ‘Waarom dan niet gewoon antidepressiva slikken?’, hoor ik je denken. Omdat de bijwerkingen van antidepressiva (gewichtstoename, geen zin meer in seks, afvlakken van de stemming) niet voorkomen bij sporten. Daarnaast worden de linker- en rechterhersenhelft weer aangespoord om samen te werken tijdens de training, wat er ook voor zorgt dat je angst en spanningen kwijtraakt, ontstresst, je op de lange termijn ook gelukkiger voelt en je betere prestaties neer kan zetten.

Deze voordelen gelden overigens niet alleen voor hardlopen. Ook bij andere lichamelijke activiteiten komen neurotransmitters vrij. Het optimale resultaat kan worden bereikt wanneer er driemaal per week ongeveer een half uur zware lichamelijke activiteit op het programma staat.

Bron: mens-en-gezondheid.nl

Nadenken doen we allemaal, soms een beetje teveel. De gedachtemolen staat niet stil, wat soms redelijk wat stress met zich mee kan brengen. Ook op de momenten waarop we dit het allerminst kunnen gebruiken, bijvoorbeeld wanneer we eigenlijk zouden moeten slapen. Iedereen kan wel mee praten over dit nachtelijke gepieker, die ons al heel wat uurtjes slaap heeft gekost. Heel vervelend dat we onze gedachten niet gewoon even stil kunnen zetten. Of kunnen we dat wel?

 Veel mensen die heilig overtuigd zijn van meditatie, geloven dat dit wel degelijk kan. Althans, het is mogelijk om je gedachten aan te sturen. Dit zou dus kunnen betekenen dat we negatieve ideeën in het vervolg uit onze gedachtegang kunnen verdrijven. Floor Rikken, zenlerares, vertelde mij eerder dat het principe van mediteren vrij simpel is. ‘Ik zou het je in een minuut uit kunnen leggen. Het oefenen en toepassen op het dagelijks leven daarentegen is een stuk lastiger. Maar wat je aandacht geeft, dat groeit.’ Volgens Rikken kost mediteren dus niet veel moeiten, en zijn de baten een stuk groter dan de lasten.

Het proberen waard dus. Het woordje ‘meditatie’ zorgt alleen bij Google al voor 3.710.000 hits. Om het te kunnen leren heb ik aan de zoekmachine voorlopig wel even genoeg. Wel schrik ik even van de verschillende vormen meditatie op mijn scherm verschijnen, waardoor ik even door de bomen het bos niet meer zie. Is mediteren niet gewoon ‘hummen’ in de kleermakerszit? Nope, zo zit het helaas niet. Het gaat om bewustwording, om het aansturen van de eigen gedachtegang. Het belangrijkste hierbij is dat ‘gedachten leren ordenen’. Moet een makkie zijn, dacht ik nog. Viel tegen. Zoveel prikkels van alle kanten zorgen ervoor dat we eigenlijk altijd wel ergens mee bezig zijn, terwijl we ons daar niet eens bewust van zijn. Gedachten ordenen, plaatsen en je afvragen: waarom denk ik dit? zijn belangrijke aspecten van het mediteren.

Na drie verwoede pogingen om mijn gedachten stil te zetten geef ik het op. Of mijn geest leeg is? Neen. Of ik geloof dat het wat met je kan doen? Ja. Alleen al het feit dat je jezelf de tijd gunt om tot jezelf te komen is volgens mij erg belangrijk voor een mens. Morgen nog een keer proberen.

Wanneer je iemand vraagt of hij/zij gelukkig is, kan je verwachten dat diegene zich hardop afvraagt: Tsjah, wat is geluk nou eigenlijk, hè? Maar wat nou als je met zekerheid kan zeggen dat je niet gelukkig bent, terwijl je midden in het leven staat?  Ruim 7% van de Nederlandse jongeren in de leeftijd 18 tot 24 kan inderdaad zeggen dat ze met psychische problemen kampen. Dit kan variëren van depressies tot gedragsproblemen (bron: nji.nl). We spitsen ons even toe op depressies, en gaan in gesprek met een jonge vrouw. Door een lang aanhoudende depressie heeft ze nog niet van haar leven kunnen genieten. Misschien moeilijk om te begrijpen, en daarom beschrijft ze voor ons hoe haar leven eruitziet.

Manon is nu 22 jaar en kampt al zes jaar met een depressie. Wat hier de precieze oorzaak van is, vindt ze moeilijk om uit te leggen. Volgens haar is het een samenloop van omstandigheden geweest, waar psychologen ook nog steeds geen vinger op hebben kunnen leggen. ‘Ik voel me somber, lusteloos en heel erg moe. Ermee omgaan is erg lastig, en ik kan me niet zomaar bij mijn ziekte neerleggen.’ Omdat haar problematiek zo ingewikkeld is, zit ze sinds een aantal weken intern in een centrum voor psychotherapie. Hier gaat ze op zondag naar toe, en aan het eind van de week, op vrijdag, komt ze naar huis. ‘Ik vind het zwaar, het is vermoeiend en vooral hard werken om nu 24 uur per dag met mijn depressie bezig te zijn’, vertelt ze. ‘Ik weet ook niet of ik helemaal gelukkig zal zijn als ik hieruit kom, maar ik ga hier wel veel leren. Ik ga zeker mijn best doen’.

Voordat ze de kliniek in ging, gaf Manon haar leven weinig invulling. Ze werkte niet meer, ging niet meer naar school en sleet haar dagen thuis. ‘Meestal werd ik rond het middaguur wakker en sleepte mezelf dan naar de bank. Dan ging de laptop aan en that’s about it. Dan was er weer een dag voorbij.’

Voor iemand van 22 klinkt het misschien logisch om dingen te gaan ondernemen met zoveel vrije tijd, maar dat zit er voor haar niet in. ‘Ik voel me eigenlijk vijftig jaar ouder dan ik eigenlijk ben. Me ergens toe zetten kost heel veel energie, en daar heb ik al zo weinig van. Zelfs een stap buiten de deur zetten of nuttige dingen ondernemen lukt me nauwelijks. Laat staan dat ik een keer iets ‘leuks’ ga doen.’

Aan Manon is nauwelijks te zien dat ze met een depressie kampt. ‘Ik denk dat mensen me gewoon erg saai vinden overkomen, omdat ik nooit leuke dingen doe. Veel buitenstaanders weten ook niet hoe het met mij zit.’ En dat is de reden dat het moment van het ‘beter leren kennen’ zo lang mogelijk wordt uitgesteld: ‘Ik vind het lastig als mensen dichterbij komen. Er komt dan toch een keer dat ik eerlijk antwoord moet gaan geven op de vraag ‘hoe is het met je?’

Ondanks alles heeft ze geen moeite om antwoord te geven op de vraag wat haar beste moment van de dag is. ‘Zodra ik met mijn vriend en drie katjes op de bank zit. Dan ben ik gewoon weer even rustig.’

Jarenlang al proberen mensen even weg te vluchten van het aardse. Misschien om even niet met de realiteit geconfronteerd te hoeven worden, misschien om het ze op dat moment even wat ‘geluk’ lijkt te brengen. Religies zijn misschien wel de meest complexe en moeilijk te begrijpen bezigheden van ons, homo sapiens. Ze hebben (bijna) altijd al bestaan, en brengen al sinds mensenheugenis een beetje hoop op deze harde wereld. Is het zo dat mensen echt gelukkig worden van religie? Van het feit dat we hier misschien niet ‘alleen’ zijn?

De belangrijkste reden is volgens een onderzoek van psycholoog Ahmed M. Abdel-Khalek misschien wel het feit dat religie zorgt voor sociale contacten en eenheid. Mensen voelen zich graag met een groep verbonden, en religies hebben de eigenschap mensen met elkaar te verbinden. Zo rouwt een christelijke gemeente samen om het gemis van een lid van de desbetreffende kerk, en is het een vast gebruik voor moslims om een maand in het jaar gezamenlijk te vasten (Ramadan). Religies bieden dus een stukje troost, steun van anderen.

Naast het belang van sociale contacten en begrip van anderen is het voor gelukszoekers ook belangrijk een duidelijk doel te hebben in het leven, iets om van uit te gaan en naartoe te leven. Religies bieden een stukje houvast, wanneer de weg hobbelig lijkt te zijn.  Geloof is namelijk iets om op terug te vallen en een stukje zingeving. Het geeft mensen het idee dat ze niet voor niets op deze wereld zijn, en laat ze het bestaan wat beter begrijpen. ‘heilige Boeken’ kunnen ook gezien worden als handvaten, die beschrijven hoe het leven zo nuttig en gelukkig mogelijk geleefd kan worden.

De Finse gezondheidswetenschapper Sakari Suomine onderschrijft dit. Hij stelt dat mensen behoefte hebben aan samenhang in het leven, en dat dit bereikt wordt door middel van drie aspecten. De eerste is ‘comprehensibility’, het idee dat het leven enigszins te begrijpen is. De tweede is ‘manageability’, het gevoel dat we het leven zelf in de hand hebben, en verantwoordelijk zijn voor ons eigen geluk. De laatste is ‘meaningfulness’, waarbij we een diepere betekenis aan het leven geven. Alle drie de aspecten komen terug in alle religies, en zorgen voor gemoedsrust en misschien zelfs een beetje geluk.

Geloof op zich hoeft dus niet meteen geluk te betekenen, wel kan het ons als mens een stukje gelukkiger maken. Of dit een goede reden is om je vast te houden aan een geloof, is aan een ieder om zelf te beslissen.

Bron: http://www.peternissen.nl

Een willekeurige RTL-avond zit tegenwoordig volgepropt met probleemprogramma’s. De meest uiteenlopende gevallen komen aan bod: verzamelwoede, klussende mannen, te dikke kinderen, en ga zo nog maar even door. Blijkbaar scoren deze programma’s goed, want zonder kijkcijfers zouden ze niet als paddenstoelen uit de grond blijven schieten. Wat is nou zo vermakelijk aan het kijken naar andermans problemen?

Psychiater en arts Karin van Aspen heeft hier wel een verklaring voor. Ondanks dat het eigenlijk ‘verboden’ is om te genieten van andermans leed, doet het ons eigen welzijn goed. ‘Door te kijken naar andermans minpunten, krijgen wij het idee dat we het eigenlijk nog niet zo slecht hebben. Dit geeft ons zelfvertrouwen een boost.’ Van Aspen zegt dat het een prettig gevoel geeft om op dat moment met iemand anders ‘ongeluk’ geconfronteerd te worden. ‘Met name omdat wij dat leed dat we op televisie te zien krijgen niet zelf hebben veroorzaakt, we zijn onschuldig.’

Eigenlijk draaien deze programma’s dus grotendeels om eigenbelang. Het is voor ons fijn om te zien dat anderen het ook moeilijk hebben in het leven. Met name personen waar we een zekere mate van afgunst voor hebben of waar lichtelijk jaloers op zijn zien we graag met problemen worstelen. Denk bijvoorbeeld aan celebrities, en waarom we zo massaal naar realityshows kijken. Simpelweg omdat we dan zien dat ook het leven als beroemdheid niet altijd even perfect is.

Van Aspen zegt ten slotte dat leedvermaak ook te maken heeft met wat we zelf als ‘rechtvaardig’ zien. ‘Wanneer iemand ons behandelt zoals we dat niet zouden willen, bijvoorbeeld op een gemene, pesterige manier, dan vinden we het plezierig om te zien als deze persoon ook onrecht aan wordt gedaan. En zo verplaatsen wij ons ook in de personen die we op televisie zien. Wordt iemand slecht behandeld, dan verdient de aanstichter ook onrecht.’

Bron: Comedy at Work

In de net iets te drukke sprinter richting Utrecht Centraal viel het me pas echt op. We zijn met z’n allen vergroeid met onze smartphones. In de treincoupe waren er welgeteld vier mensen die niet bezig waren met het turen naar de kleine beeldschermpjes. Een van die vier mensen zit op de bank tegenover mij, een vrouw op leeftijd. Trots vertelt ze dat ze al 83 jaar is en kort geleden haar eerste achterkleinkind heeft mogen verwelkomen. Over die ‘telefoontjes’ heeft ze een uitgesproken mening. ‘Het is gewoon niet gezellig meer in openbare ruimtes. Iedereen is alleen maar met zichzelf bezig tegenwoordig.’ En dat gebeurt volgens haar niet alleen in de trein. Ze reist namelijk regelmatig af naar Utrecht om met haar zus een kop koffie te drinken. ‘En ook dan zie je het hè? Iedereen is alleen maar bezig met die dingetjes. Ze zouden het soms gewoon moeten verbieden. Mensen moeten weer meer met elkaar gaan praten!’

En niet alleen voor ‘de gezelligheid’ is de smartphone funest. Ook ons innerlijke welzijn wordt er door aangetast. Want te lang staren naar je smartphone zou schadelijk kunnen zijn voor de zintuigen, vertelt de Britse psycholoog Cary Cooper aan ‘Het Laatste Nieuws’.  ‘Het licht van je telefoon kan ervoor zorgen dat je zintuigen worden afgestompt. Daarnaast kan je mensenschuw worden wanneer je te lang naar het kleine beeldschermpje kijkt. Je reageert passiever op de wereld en problemen om je heen.’ En mensen zijn sociale wezens, dus hebben we het contact dat we nog hebben extra hard nodig. ‘Probeer gewoon het ‘echte’ contact met mensen te onderhouden’, zegt Cooper. ‘En leg af en toe je smartphone even weg. Het kan zelfs gebeuren dat je gestresst of depressief raakt van je mobiele telefoon, doordat je de hele dag geprikkeld wordt door informatie.’

Een Zweeds onderzoek naar smartphones en andere gadgets brengt ook opvallende feiten aan het licht. Ruim een derde van de vrouwen die deelnamen aan het onderzoek geeft namelijk de smartphone de schuld van een slecht seksleven. Dit komt dan voornamelijk doordat de partner obsessief Facebook of e-mails checkt.

Welzijn zit dus echt niet alleen van binnen, maar ook duidelijk in de dingen die we doen. Geloven we dat we blijer zijn als we onze smartphone een paar uur per dag wegleggen? We gaan het proberen.

Bron: http://www.hln.be

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.